“Eerst oude huisdieren opmaken voordat je aan nieuwe begint.”
Een legendarische uitspraak van mijn ex op het moment dat ik ooit voorstelde om nóg een grasparkietje te kopen.
Ik vond het een goede tip.
Nog geen jaar later was mijn ex het huis uit.
En toen kwam Paul. En met hem, de kattenwens. Een wens die bij mij, de antikat van de eenentwintigste eeuw, geen gehoor vond. “Toch wil ik een huisdier,” zei ik een tijd geleden, “vooral voor de kinderen.” (Túúrlijk!)
“Laten we dan een stoere vogel nemen,” suggereerde Paul. “Een jonge valkparkiet bijvoorbeeld.” Dat vond ik een goed idee. Die zijn goed tam te maken. Doen we.
En opeens was er een ‘laat’ nest. Zodat ik gistermiddag plots op straat stond met drie ouwe schreeuwers. Twee kletsen en één valkparkiet. “Hij heet Tuffie,” zei ik tegen Lizzy.
“Hoi Tuffie, ik ga je in je nieuwe huisje zetten,” zei ik.
Tuffie zei niets. Hij zette zijn kuif omhoog. Hij blies. En vervolgens beet hij heel hard in mijn vinger.
Bij wijze van welkom.